“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
In gelijke gevallen gelijke behandeling: een cruciaal vertrekpunt van onze rechtsorde. Discriminatie is niet toegestaan en dient tegengegaan te worden. Zo moet een vrouw net zo goed als een man kunnen worden aangezocht voor het inauguratie-gedicht voor president Biden, moet het net zo goed een blanke of een persoon van kleur kunnen zijn die voordraagt, een christen, moslim of een atheïst, etc. Ter onderstreping van het tegengaan van discriminatie is het ook denkbaar dat personen uit een gediscrimineerde minderheid juist meer in de schijnwerper worden geplaatst.
Maar net zo goed moet een blanke/gekleurde, man/vrouw, etc. zo’n gedicht toch kunnen vertalen in het Nederlands? Waarom moet in zo’n geval de vertaler ook uit die gediscrimineerde groep voortkomen, zoals recent geponeerd werd?
Het lijkt er op dat het argument van discriminatie soms wordt gebruikt om uitsluiting te bestrijden, maar soms ook om nieuwe toetreders (al dan niet op basis van historisch wangedrag van hun groep) te blokkeren? Wordt het identiteitsbegrip, kortom, niet dubbelzinnig gebruikt?
Hoogleraar Dijkgraaf zegt hierover m.i. in een column in NRC (15 mei 2021) vanuit het perspectief van de wetenschap iets behartigenswaardigs (cursief van mij):
“Diversiteit staat hoog op de maatschappelijke agenda, ook binnen de wetenschap. En terecht. Een van de positieve ontwikkelingen van de afgelopen jaren is het groeiende inzicht dat de wetenschap toegankelijk moet zijn voor iedereen, ongeacht etniciteit, huidskleur, gender, geloof of – de lastigste van alle – sociale klasse. Meer diversiteit maakt het onderzoek vanzelfsprekend beter. Het brengt nieuw talent en de verschillende gezichtspunten weerspiegelen de vele facetten van de werkelijkheid.
Maar soms word ik wat mistroostig van het toenemende denken in termen van afkomst, in plaats van bestemming. Zeker hier in de Verenigde Staten, waar een moderne hokjesgeest heerst. Iedereen – politici, kiezers, studenten, consumenten – wordt in het vakje wit, zwart, latino of Aziatisch geplaatst. Tegelijkertijd lijkt de intellectuele bandbreedte te krimpen. Binnen de academie worden de tenen steeds langer, vrijdenken staat onder druk en de gedachtenpolitie waart rond.”
Als burgers artikel 1 daadwerkelijk omarmen dan moet discrimininatie als middel tot uitsluiting altijd te worden bestreden, ook binnen groepen, dat geldt voor de “toe te laten” burger, maar ook voor de “toegelaten” burger jegens andere “toegelatenen”. Want diversiteit maakt vanzelfsprekend beter.